Het Parool-” Ron Amir is nieuw avontuur begonnen”/ Jan Pieter Ekker

“Het was tijd voor een nieuwe stap”

Ron Amir © foto Jan van Breda

I

Half januari kreeg Ron Amir bezoek van de Amsterdamse galeriehouder Rob Malasch – de Israëlische schilder had voor de gelegenheid koekjes gebakken. Langs de muren en op de vloer van zijn enorme Rotterdamse atelier, een voormalige voetbalkantine, had hij het werk uitgestald dat hij geschikt achtte voor zijn eerste overzichtstentoonstelling: metersgrote houtskooltekening en olieverfschilderijen, met overdonderende, Jeroen Bosch-achtige taferelen vol bizarre details – van bloedende lichaamsdelen, aangevreten en aan mootjes gehakte dieren tot mensen die als insecten door elkaar heen krioelen.

Malasch liep er langs en sprak geen woord. Pas na een toiletbezoek verbrak hij de stilte. Dat kleine, simpele portretje dat daar hing, had hij dat ook gemaakt?, wilde Malasch weten. En zo ja, of Amir nog meer van dat soort werk had. “Dat is écht heel goed! Bij je grote doeken word je bijna gedwongen om geïmponeerd te raken. Dat wil ik niet, dat maak ik zelf wel uit”, zei hij.

Veel van dat soort werk, veel minder gedetailleerd en op een kleiner formaat dan waarmee hij bezig was, had Amir niet. Maar hij kon het wel maken, antwoordde de schilder. Het was geen grootspraak. Op zijn expositie in Serieuze Zaken Studioos zijn naast een aantal van de grote, oude werken dertig spiksplinternieuwe tekeningen en schilderijen te zien.

De verschillen zijn aanzienlijk, het kan ook moeilijk anders. Tot voor kort kon Amir wel drie maanden met één werk bezig zijn; nu maakte hij er veertig in twee maanden. Vroeger wachtte hij tot de verf was uitgehard en smeerde hij laag op laag. Voor deze expositie maakte hij de doeken in één keer, achter elkaar door. Het nieuwe werk is daardoor dynamischer en frisser, kleurrijker ook.

“Het was tijd voor een nieuwe stap”, aldus Amir (1975), die begin van dit jaar door Elegance onder de tien meest veelbelovende kunstenaars van 2011 werd geschaard. “Als je weet hoe je schilderij eruit gaat zien voordat je begint, kun je het beter niet maken, zei Picasso al. Ik ben aan een nieuw avontuur begonnen.”

Toch is er ook veel bij het oude gebleven. Amirs specifieke signatuur is nog zeer herkenbaar. Zijn doeken zijn nog altijd waanzinnig goed geschilderd, en ze doen nog altijd denken aan de oude meesters én aan videogames. Klassiek, maar met een twist; lieflijk én verontrustend tegelijk. ‘Baby, you’re a rich man… Baby, you’re a rich man too’ doopte Malasch de expositie, naar het nummer van The Beatles. “Het komt van de Magical Mystery Tour, ken je dat album?”, vraagt Malasch met een brede grijns. “Deze expositie is een persoonlijke, magische ontdekkingsreis.”

Wat heet. Er zijn tekeningen van amorfe, organische vormen, waar tentakels, aderen en buizen uit steken. Een verongelukte, rokende auto staat tussen de gordijnen van een piepklein theatertje. Er zijn schilderijen van bloemen van vlees en van een witte eekhoorn waaruit veelkleurige ingewanden gutsen. En er zijn naakten. Veel naakten. Amir schilderde een man met het onderlijf van een octopus, en maakte tekeningen van een man (verleidelijk? ongemakkelijk?) over een canapé ligt gebogen.

Zijn eigen favoriet is een schilderij van een naakte, gespierde, kaalhoofdige man met een vuurrood lid, die zich op een lederen fauteuil in allerlei bochten wringt om zijn grote teen af te lebberen. De achtergrond is felblauw, groen, geel en roze. “Het is provocatief, maar niet op een seksuele manier.”

Terwijl de schilder bezig is de tekeningen met punaises aan de muren te bevestigen, en zijn hondje in een enorm bot bijt, grijpt Malasch naar de telefoon. “Ann Goldstein moet dit zien.” Na veel vijven en zessen blijkt de directeur van het Stedelijk Museum echter in het buitenland. “Als ze terug is, neemt ze contact op. En anders bel ik haar nog wel een keer.”